Op deze laatste zondag van maart een verlate nieuwjaarsborrel. Oorspronkelijk zou No Remorse zijn ode aan Metallica begin dit jaar brengen. Maar door omstandigheden is het verzet. Getuige van het feit dat de band een bezoek aan de gezellige huiskamer niet aan zich voorbij wil laten gaan dan toch nu echt present.  Dat weten de liefhebbers ook, want nog voordat men is begonnen aan hun set is het al gezellig druk. 

Nu zijn er tal van tribute acts tegenwoordig en lijkt het een trend te zijn. Er worden festivals georganiseerd met louter eer betonen en op de commerciële tv kan men er programma’s over vinden. Iets te veel van het goed als je het mij vraagt. Maar uitzondering daargelaten, zo ook op deze SMS editie. De naam Metallica is tegenwoordig een merk en bereikt veel mensen. Eigenlijk als sinds het uitkomen van ‘’The Black Album’’, dat fans destijds in tweeën deed splitsen. Deze middag gaan we terug naar de oorsprong, zo verteld host Jan van Duivenvoorde. Geen Nothing else Matters, een wel niet gemeend ahhh horen we. 

Gepositioneerd om aftevuren staan de vier heren klaar. Dat wordt luid gedaan met Creeping Death. Om vervolgens verder te knetteren met Ride the Lightning. We hebben te maken met een ervaren kwartet. Want zanger/gitarist Remco Smit is ook al jaren te zien met Overruled. Geen onbekende in de scene. Gelukkig horen we niet te veel Hetfield taferelen als ‘’Yeah’s en Joho’s’’ Maar ook bassist Mark Ketelaars, tegenwoordig aan het front bij Death Metal legendes Ceremony. Met No Remorse is ook de tweede stem voor zijn rekening. Hoor ik dan toch iets van een Death Growl… Prima hoor. We voelen ons dan ook allemaal thuis in het Sanitarium. Waarbij gitarist Marc Boelen zich na wat opwarming nu ook voldoende laat gelden.

Tja, die oude Metallica het merendeel van de aanwezigen is er mee opgeroeid. Zoals ook collega muzikanten vertellen uit San Francisco, deze jongens hadden (hebben) iets speciaals. Zo vlogen ze iedereen voorbij om de grootste te worden. Zelfs na het tragische busongeluk in Zweden waarbij bassist Cliff Burton in ’86 omkwam. Uiteindelijk pakte men de draad weer op en we weten hoe het is verlopen. Vanmiddag snoept de band dan toch stiekem van werk na Master of Puppets… Zo krijgt Haverster of Sorrow (…and jusitce for Mark) een goed onthaal. Met Where Ever I May Roam kijkt de meest doorgewinterde True Heavy Metal Maniac misschien wat zuur. Maar het merendeel weet dit te waarderen. De eerste set wordt afgesloten met Kill ‘em All classics als Jump in the fire en The Four Horsemen.

Na een de pauze nemen de heren weer positie en om iedereen bij de les te houden met Whiplash. Waarbij drummer Wilco Hakkers (ex-Final Destination/Mooi Wark) het tempo er lekker inhoudt doormiddel van zijn inner Lars Ulrich naar voren te laten komen. Nu wordt dhr. Ulrich regelmatig bekritiseerd. Meestal door non muzikanten, maar laten we eerlijk zijn. Hij was degene die al die geweldige fills en partijen heeft bedacht. Oké soms live wat minder, maar geloof dat het een mens is. Vandaag worden zijn muzikale ideeën prima gekopieerd als ik dat zo mag verwoorden. De verassing komt met Orion. Het instrumentale stuk van Master of Puppets gaat nog altijd door merg en been. Dit wordt opgevolgd door titeltrack van genoemde album.

Waarna we typische Kirk Hammet partijen zien d.m.v. een wah-wah pedaal, want het zandmannetje heeft ongezien zijn enterde gedaan. Wat een gluiperd! De set wordt afgesloten met, uiteraard No Remorse, weer een kraker van het tijdloze debuut. Overigens zijn alle nummers dat. Veel van invloed voor latere generaties en vervelen nooit hoe vaak ook gehoord. Het zit bij de meesten in hun DNA. Tot slot krijgen we nog een post ’86 nummer, Hardwired…to Self-Destruct.  Het is net Whiplash, prima om de gezellige middag mee af te sluiten.

Foto’s/Tekst: Kevin Scholten.